Waarheidsvinding.com 12 april 2014: ‘Busramp Sierre, ongeval of (zelf)moord?’

Share
'De hypothese van de Zwitserse autoriteiten dat het hier om een verkeersongeval ging, vindt naar onze mening geen steun in de feiten'.

Dit artikel en andere artikelen over de busramp in Sierre kunt u ook lezen op Waarheidsvinding.com via deze link

Sierre is een stadje in het Zwitserse kanton Wallis, gelegen in het zuidwesten van Zwitserland. Onder het stadje ligt de Sierretunnel. Op 13 maart 2012 omstreeks 21.12 uur vond er in deze autotunnel een ongeval met een touringcar plaats. Bij dit ongeval kwamen 28 mensen om het leven: 22 Belgische en Nederlandse kinderen in de leeftijd van 11 en 12 jaar, vier begeleiders van de kinderen en de beide chauffeurs van de bus. Daarnaast raakten 24 kinderen zwaar tot zeer zwaar gewond.

De rijbaan van de tunnel nabij Sierre is op de plaats van het ongeval verdeeld in twee rijstroken. Naast de rijbaan, langs de rechter rijstrook, bevindt zich een verhoogd trottoir van ongeveer 1,5 m breed. Dit trottoir is ongeveer 18 cm hoog en kan in geval van nood door voetgangers als vluchtweg worden gebruikt. Op de plaats van de aanrijding bevindt zich naast de rijbaan een zogenaamde vluchtstrook (parkeerhaven) van ongeveer 40 m lengte. Een plaats waar men in geval van pech zijn voertuig kan parkeren zonder de rijbaan van de tunnel te blokkeren. Het trottoir volgt de loop van de weg zodat er ook naast deze vluchthaven een verhoogd trottoir is. Waar de rijbaan naar rechts breder wordt om toegang te geven tot de vluchthaven, buigt ook het trottoir naar rechts af. Aan het einde van de vluchthaven bevindt zich een haaks op de rijbaan staande muur die ongeveer 1,5 meter minder breed is dan de rijbaan van de vluchthaven. Tussen de vluchthaven en de muur bevindt zich een verhoogd trottoir.

Bij het destijds ingestelde onderzoek is aan de de hand van de gegevens op de tachograaf geconstateerd dat op ongeveer 2222 meter voor het ongeval de chauffeur de plaats van zijn collega heeft overgenomen. Daarna blijkt hij vanuit stilstand te zijn opgetrokken naar een snelheid van 105 km per uur. Die snelheid heeft hij vervolgens teruggebracht naar 100 km per uur, de cruisecontrol werd ingeschakeld op 100 km per uur en met die snelheid is de bus in de tunnel blijven rijden totdat hij tegen de muur is gebotst. Hoewel er geen bijzondere omstandigheden die daar aanleiding voor gaven waren, is de bus ongeveer 35 meter voor de vluchthaven plotseling met de rechter wielen en met onverminderde snelheid het naast de rijbaan gelegen verhoogde trottoir opgereden. Sporen van deze stuurbeweging waren te zien op de rand van het verhoogde trottoir langs de rijbaan. De afstand tussen deze plaats en de plaats van de aanrijding bedraagt ongeveer 75 meter. De chauffeur vervolgde daarna zijn weg met de rechter wielen over het trottoir en daarbij reed hij zo kort langs de tunnelwand dat hij een verkeersbord ramde dat aan die wand was bevestigd. Aan de hand van de sporen en de beelden op de beveiligingscamera’s is vastgesteld dat de bus met de rechter wielen op het verhoogde trottoir zijn weg met onverminderde snelheid bleef vervolgen en dat de remlichten op geen enkel moment zijn opgelicht. Gezien het feit dat er tijdens het technisch onderzoek aan het wrak van de bus geen defecten aan de remmen zijn geconstateerd, kan worden geconcludeerd dat de chauffeur niet heeft geremd nadat hij met de rechter wielen van de bus trottoir is opgereden. Bijna onmiddellijk daarop kwam de bus bij het begin van de vluchthaven.

Aan de hand van de sporen en de beelden van de beveiligingscamera’s is vervolgens te zien dat de chauffeur bij het naderen van de vluchthaven kennelijk bewust zijn bus naar rechts heeft gestuurd (en direct weer bijgestuurd naar links) om ook in de vluchthaven met de rechter wielen het trottoir te blijven volgen en de bus volledig recht langs de muur te manoeuvreren, zonder deze zijwand van de nis te raken. Dat naar rechts sturen deed hij vermoedelijk iets te abrupt, en dat is logisch bij een snelheid van 100 km per uur, waardoor hij met de rechter voorband en de rechter buitenspiegel de hoek van de tunnelwand raakte op de plaats waar de vluchthaven begint. Een afdruk van de rechter voorband bleef achter op de tunnelmuur. Uit het feit dat de bus met de rechter voorband de muur heeft geraakt kan worden geconcludeerd dat de bestuurder van de bus op dat moment naar rechts moet hebben gestuurd want anders zou de rechter voorband niet buiten de carrosserie hebben gestoken.

Lees hieronder verder: